Managersmiddag: terugblikken, vooruitzien (Broer Adema)
09 december 2007
Broer Adema, voorzitter van De groene standaard beschrijft nut en noodzaak van De groene standaard aan de hand van zijn ontstaansgeschiedenis. Een beschouwing die ons voert van terugblikken naar vooruitzien.
Het ontstaan van De groene standaard
De start van wat nu De groene standaard is, vindt zijn oorsprong in de onvrede die vijf aoc’s hadden bij de externe legitimering in 2000-2001.
De vijf konden zich niet vinden in de gedetailleerde en omvangrijke verantwoording van alle toetsen die onderdeel van de examinering waren.
Lexin, als onderdeel van LOBAS, nu Aequor, verzorgde onder leiding van Henk van Leeuwen destijds de externe legitimering. In overleg met hem werd besloten om van de voorgeschreven minimaal 51 % legitimering een traject in te gaan naar 100 % legitimering. Kleine toetsen werden gebundeld tot grotere eenheden. De eindtermen verantwoording moest op het niveau van een cluster van deelkwalificaties komen te liggen.
Het ministerie van LNV bood vervolgens de mogelijkheid om examinering projectmatig aan te pakken. De overheid stelde bundeling van krachten op prijs. Dit heeft er toe geleid dat in het aoc-veld twee projecten van start gingen: Focus en De groene standaard. In 2002 kon dit examineringsproject verder uitgewerkt worden. Elf aoc’s en Aequor hebben toen De groene standaard opgericht. Medewerkers van de opdrachtgevende organisaties gingen onder leiding van Wim Grooters examens ontwikkelen.
De huidige projectorganisatie van De groene standaard
De vertegenwoordigers van de elf AOC’s en Aequor vormen de opdrachtgevers van het project. De opdrachtgeversvergadering komt ongeveer tien keer per jaar bij elkaar. In deze vergaderingen zijn de gemeenschappelijke koers en de lijnen uitgezet die nu resulteren in de status van examenleverancier. Het uitvoerende werk is gedaan door de medewerkers van alle aoc’s en de projectleiding. Dit is een bewuste keuze geweest. Hiermee is geprobeerd draagvlak te organiseren. De projectleiding kreeg hierbij ondersteuning van een regiegroep. Het bedrijfsleven is en wordt geconsulteerd om draagvlak voor en erkenning van de examenstandaarden te realiseren.
Om vakinhoudelijke advisering op terreinen van kwaliteitszorg en examenproductie te organiseren werd de opdrachtgeversvergadering uitgebreid met vertegenwoordigers van CITO, het ontwikkelcentrum, IPC-groen, PTC+ en het bureau van de AOC-raad.
Duurzaamheid van het product
Een belangrijke eis die aan het te leveren product werd gesteld was duurzaamheid.
Het project moest er toe bijdragen dat de in hoog tempo opeenvolgende reeks van kwalificatiestructuren beheersbaar werd voor het onderwijs. Het tempo van de verandering was immers meer dan de onderwijsorganisatie kon behappen.
Dit leidde tot het standpunt: een examenstandaard moet aangepast worden als het beroep/de branche daar aanleiding toe geeft.
Met andere woorden: de gevalideerde en vastgestelde examenstandaard is duurzaam. De onderwijsinstelling kan op dat fundament ook haar opleidingen duurzaam maken en de gewenste professionalisering en ondersteuning van haar medewerkers organiseren.
Duurzaamheid van de organisatie
Een onderwijsinstelling kan als zij dat wenst gevalideerde examenproducten gebruiken bij de uitvoering van de examinering. Zij moet bij het kwaliteitsonderzoek van de examinering aangeven welke producten zij van een erkende examenleverancier heeft afgenomen. De instelling hoeft dan vervolgens alleen nog het examineringsproces te verantwoorden.
Aan de status examenleverancier stelde KCE een aantal eisen. De leverancier moet een kwaliteitszorgsysteem hanteren, de productvalidering door het bedrijfsleven borgen en een juridische entiteit vormen.
KCE had zoveel vertrouwen in De groene standaard dat zij bereid was om het project alvast de status van examenleverancier in oprichting te geven. Daaraan werd de eis gesteld om binnen een af te spreken periode een juridische entiteit te vormen en een proefaudit uit te laten voeren.
Na juridische advisering heeft de opdrachtgeversvergadering voor de stichtingsvorm gekozen. De voorbereiding voor de realisatie van de stichting is ter hand genomen.
Zodra duidelijk is wat het Inspectiestandpunt over een juridische entiteit is, kan verdere besluitvorming plaatsvinden.
Intussen gaat het project Proeven in de Praktijk door en worden de noodzakelijke en gewenste aanpassingen ten gevolge van de 2e generatie van de competentiegerichte kwalificatiestructuur in de examenstandaarden aangebracht.
« Terug
|