shade   shade
shade De groene standaard logo image shade
shade   header spacer
shade
postit

Jeroen Zijlmans over Proeven in de Praktijk in het groen

09 december 2007

Jeroen Zijlmans (VHG, Ver. van Hoveniers en Groenvoorzieners) steekt zijn mening over het groene beroepsonderwijs niet onder stoelen of banken. Maar hij is wel betrokken, ook bij het project Proeven in de Praktijk.

Een passie voor onderwijs op het snijvlak met de beroepspraktijk
De verbondenheid van Jeroen Zijlmans met het beroepsonderwijs in de groene sector kwam al vroegtijdig in zijn loopbaan tot stand. Bij wijze van ‘studentenbaantje’ werd hij tijdens zijn studie Personeel & Arbeid leerlingbegeleider voor de GOA Groene Ruimte (een stichting van samenwerkende hoveniers- en groenvoorzieningsbedrijven).
Na een uitermate leerzaam ‘uitstapje’ naar de bouwwereld (bij Fundeon, het kenniscentrum in de bouwsector), keerde Jeroen Zijlmans twee jaar geleden bij de VHG terug in de wereld van hoveniers en groenvoorzieners. Een wereld waar hij zich thuis voelt.

Heldere en ondubbelzinnige stellingen
De school moet geen aannemer van werk zijn dat door professionals kan worden uitgevoerd. De aoc’s moeten het portfolio, naast de proeven van bekwaamheid, een beter herkenbare en meer prominente plaats geven in het examenproces. Bedrijfsassessoren moeten volgens een uniforme standaard en in maximaal twee dagen worden opgeleid. Een bedrijfsassessor zou maximaal vier uur moeten besteden aan een proeve van bekwaamheid. Met dit soort stellingen pookt Jeroen Zijlmans, namens de VHG, de gedachtevorming op over competentiegericht examineren volgens De groene standaard.

De school als aannemer
Het examineren van managementcompetenties op MBO niveau 4 heeft binnen de opleidingsbedrijven nog onvoldoende gestalte kunnen krijgen. De bedrijven, maar vaak ook de scholen, schrikken ervoor terug om leerlingen van de bol (beroeps opleidende leerweg) op zo’n functieniveau bpv (beroeps praktijk vorming) te laten lopen, laat staan om ze op zo’n functieniveau een proeve van bekwaamheid te laten afleggen.

Een aantal scholen (bijvoorbeeld van Edudelta in Zeeland en van AOC Oost in Almelo) heeft daarom zijn toevlucht genomen tot studentenbedrijven (soms zelfs met eigen rechtspersoonlijkheid, bijvoorbeeld in de vorm van een stichting). Deze studentenbedrijven gaan daadwerkelijk de markt op en verwerven projecten.
Zulke projectopdrachten stellen de leerlingen in de gelegenheid om, binnen de context van het studentenbedrijf, managementervaring op te doen en zelfs hun proeve van bekwaamheid als voorman, werkvoorbereider of uitvoerder af te leggen.
De VHG staat om een aantal redenen niet te juichen bij deze ontwikkeling en hoopt dat leerlingen hun competenties kunnen verwerven in de meest authentieke situatie die er is, het ‘echte’ bedrijf.

Een ambitieuze pilot met 10 bedrijven
Volgens Jeroen Zijlmans is het vooral een verhaal van gemiste kansen. Het moet niet alleen anders, hij is ervan overtuigd dat het ook anders kan. In het project Proeven in de Praktijk heeft de werkgroep groene ruimte de handschoen opgepakt om dat te bewijzen.

Met vier bedrijven in Twente (AOC Oost) en zes bedrijven/gemeenten in Zeeland (Edudelta) zijn pilots gestart om de proeve van bekwaamheid van ‘De uitvoerder’ vorm te geven.
Om te beginnen is er samen met de scholen op basis van de examenstandaard een praktische profielbeschrijving gemaakt. Deze beschrijving moet het gesprek tussen school, bedrijf en leerling over de opzet van een proeve van bekwaamheid vergemakkelijken.

Jeroen Zijlmans koestert positieve verwachtingen van de pilots. Hij nodigt de interviewer van harte uit om in juni 2008 nog eens terug te komen om kennis te nemen van de eindresultaten. Die resultaten en de rapportage en evaluatie daarvan zullen overigens, zoals alle producten van Proeven in de Praktijk, openbaar worden gemaakt.

Hoe uitvoerbaar is ‘de uitvoerder’ ?
In zijn gesprekken hierover met de bedrijven is Jeroen Zijlmans gebleken dat veel bedrijven best bereid zijn om mee te werken aan proeven van bekwaamheid op niveau 4. Men ziet het eigen belang ook wel. Het is eigenlijk vooral onbekendheid en onwennigheid die bedrijven ervan weerhoudt om de stap te zetten. Overigens werd in de gesprekken duidelijk dat ook de scholen bereid zullen moeten zijn om zich (soms ingrijpend) aan te passen. Proeven van bekwaamheid in authentieke situaties betekent bijvoorbeeld dat die proeven moeten plaatsvinden wanneer projecten zich bij het bedrijf voordoen en niet wanneer dat uitkomt in het jaarrooster van de school.
Wat betreft de tijdsduur van de proeve geven bedrijven aan dat een voorafgaande bpv-periode hoogst wenselijk of zelfs noodzakelijk is.

Van de drie examenstandaarden op niveau 4 is De uitvoerder zondermeer het moeilijkst te verwezenlijken. Het vraagt veel van een bedrijf (of gemeente) om een geschikte examensituatie voor een kandidaat te realiseren. Bij een levensecht project spelen niet onaanzienlijke belangen en verantwoordelijkheden. Je moet nogal wat waarborgen inbouwen om een examenkandidaat in een voldoende zware (management)rol groen licht te kunnen geven. Niettemin gelooft Jeroen Zijlmans in de haalbaarheid. Wel zal de capaciteit aan geschikte bedrijven een knelpunt blijven. Er zijn niet zo gek veel bedrijven waar een proeve van bekwaamheid als uitvoerder kan worden afgelegd. Dat capaciteitsprobleem speelt trouwens ook bij de proeven op de andere niveaus.


Hoe ‘onbetaalbaar’ is de assessor?
Competentiegericht opleiden en examineren draagt als risico een overbelasting van het bedrijfsleven in zich. Dat geldt zeker als het gaat om het opleiden en inzetten van assessoren vanuit de bedrijven. Momenteel worden er binnen de aoc’s assessorentrainingen verzorgd die behoorlijk van elkaar verschillen qua inhoud en methodiek en tijdsbeslag. Volgens Jeroen Zijlmans moet daar zo gauw mogelijk uniformiteit in komen. Liefst een standaard training, ontwikkeld vanuit De groene standaard, van maximaal twee dagen.

De tijdsinzet van een bedrijfsassessor zou beperkt moeten worden tot maximaal vier uur per proeve van bekwaamheid. Daarnaast moet een financiële vergoeding van een bedrijfsassessor de standaard worden. Niet omdat bedrijven hier nou veel geld aan moeten gaan verdienen, maar omdat bedrijven anders geen mensen beschikbaar kunnen stellen. Een tweede reden is dat je alleen zo de kwaliteit van het werk van assessoren kunt borgen. Aan een gratis assessor kun je immers moeilijk eisen gaan stellen.

De rol van het portfolio m.b.t. examinering
Het verbaast Jeroen Zijlmans hoe er door de aoc’s wordt omgegaan met het portfolio. Waarom is men zo terughoudend in het leggen van de verbinding tussen het portfolio en de proeven van bekwaamheid? Is dat alleen maar om KCE/de Inspectie uit de keuken van het onderwijsproces te houden? Voor de kwaliteit van het diploma is het volgens Jeroen Zijlmans sterk aan te bevelen om de rol van het portfolio op te waarderen. Misschien moeten we het portfolio (gedeeltelijk) summatief gaan nemen. Wat is daar eigenlijk op tegen? De beperkte momentopname tijdens een proeve van bekwaamheid biedt volgens hem te weinig garanties. Er is in ieder geval alle reden om nog eens goed na te denken over het portfolio.

Communiceren over de veranderde rol van het bedrijfsleven
Het informeren van de bij de VHG aangesloten bedrijven over de ontwikkelingen in het beroepsonderwijs is voor Jeroen Zijlmans een belangrijke missie. De veranderende rol van het bedrijfsleven is nog maar bij weinig bedrijven bekend. In onderwijsland is men er niet altijd even goed in om helder en begrijpelijk te communiceren over de nieuwe positie die het bedrijfsleven is toebedeeld. Als de boodschap in begrijpelijke taal wordt overgebracht, zijn bedrijven best te winnen voor het meewerken aan proeven van bekwaamheid. Het eigen belang is heel erg duidelijk. Door de veranderingen op de arbeidsmarkt is de komende jaren het motto : wie de mens heeft, heeft het werk.

U kunt uw reacties sturen naar J.Zijlmans@VHG.Org

« Terug
shade
left footer right footer
Met vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief kunt u contact opnemen met De groene standaard